My Items

I'm a title. ​Click here to edit me.

Herdenken, waar is het goed voor?

Herdenken, waar is het goed voor?

Het is 4 mei 2021. Samen met je man zit je achter de televisie om de nationale herdenking te volgen. Dat ben je nu eenmaal zo gewend, je ouders deden het ook altijd. Om 20:00 uur ben je, net als ongeveer 90% van de Nederlandse bevolking, 2 minuten stil. Je doet mee en voelt je verbonden met de mensen om je heen. Het raakt je om de persoonlijke verhalen van (klein)kinderen van oorlogsgetroffenen te horen, die vertellen wat hun familie in de oorlog heeft meegemaakt en welke impact dit op hen heeft. Het herinnert je aan alle verhalen die je eigen vader en moeder je vertelden. Verdriet en trots strijden om voorrang. Zo’n moment van herdenken inspireert je. Diezelfde nacht wordt je wakker door het schreeuwen van je man, die naast je ligt. Je hebt het al een tijd niet meer gehoord, maar nachtmerries lijken hem weer te overspoelen. Je man, die veteraan is, deed ook mee aan de nationale herdenking en was erg nerveus en gestrest na afloop. Zou dat de trigger zijn geweest? Het is een aantrekkelijke gedachte om te geloven dat herdenken mensen en de samenleving als geheel helpt om met verlies en traumatische ervaringen om te gaan. Maar de realiteit is dat we simpelweg nog niet goed weten wat nu daadwerkelijk de impact van herdenken is. En dat terwijl er zo vaak een herdenking georganiseerd wordt. Stille tochten, bloemenzeeën, nieuwe monumenten: Er gaat geen dag voorbij of er is wel iets over herdenken te lezen in het nieuws. In ons onderzoek richten we ons op de vraag wat een oorlogsherdenking emotioneel doet met mensen, wanneer en voor wie dit waardevol is. Dit is wat we ontdekten. Heftige ervaring Herdenken roept bij veel oorlogsgetrof­fenen directe herinneringen op aan wat zij hebben meegemaakt. Dat geldt niet alleen voor de ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog, maar ook voor mensen die andere oorlogen hebben meegemaakt zoals veteranen en vluchtelingen of kinderen van oorlogsgetroffenen. Daarmee is de herdenking voor sommigen een emotionele en heftige ervaring. In het bijzonder voor hen die psychische problemen ervaren door hun oorlogservaringen kan herdenken heel stressvol zijn. Klachten zoals nachtmerries, concentratieverlies of schrikreacties kunnen toenemen in de tijd rond een herdenking, al is dit in de meeste gevallen niet van blijvende aard. Emoties als verdriet, boosheid en wraakgevoelens kunnen worden aangewakkerd. Ook gevoelens van rouw en eenzaamheid spelen vaak op (1). Maar waarom herdenken wij dan, als het juist voor getroffenen zo'n heftige ervaring kan zijn? ‘Therapie’ voor getroffenen Er schuilt voor oorlogsgetroffenen ook een enorme kracht in collectief herdenken. De herdenking kan voor hen de vorm van een soort mini-therapie aannemen (2). Het is intrigerend om te zien dat in een herdenking allerlei elementen terugkomen die we kennen van traumagerichte therapie. Herdenken doet denken aan ‘exposure’ oftewel ‘gecontroleerde blootstelling’. In therapie wordt een patiënt door vragen of beelden blootgesteld aan het verleden en uitgedaagd in gedachten terug te keren naar traumatische gebeurtenissen. Als dit zoals in een behandelkamer in een veilige, gecontroleerde omgeving plaatsvindt, die afgebakend is in de tijd, kan een herinnering van zijn emotionele lading worden ontdaan. Net als tijdens een behandeling kan een herdenking iemand terugbrengen in het verleden en tegelijk zo’n veilige omgeving bieden, door de afgebakende tijdsspanne: de herdenking heeft een duidelijk begin en eind. Een veteraan, uitgezonden naar Irak, verwoordde het als volgt: “Tijdens de herdenking komen gevechtshandelingen naar boven, de spannende situaties en hoe het mis had kunnen gaan. Maar het is goed voor mij om stil te staan bij wat ik heb meegemaakt. Het fijne aan een herdenking vind ik dat het zo geclusterd is rond één tijd in het jaar. Hierdoor blijft het behapbaar, niet zo alomtegenwoordig.” Een ander element van een herdenking dat parallellen vertoont met traumatherapie is ‘emotieregulatie’. In plaats van overspoeld te worden door plotseling opkomende emoties, of deze juist altijd weg te drukken, leert men om een veelheid aan emoties te herkennen en te reguleren. Een herdenking biedt oorlogsgetroffenen de gelegenheid om emoties en gevoelens te uiten, zowel in woorden als in gedrag. Tranen, die op andere momenten niet begrepen worden of niet gewenst zijn, kunnen tijdens een herdenking wel gelaten worden. Een laatste element van herdenken dat herkenbaar is binnen traumatherapie is de ‘cognitieve herstructurering’: het veranderen van betekenis en gedachten die bij de traumatische herinnering horen. Een vluchteling uit voormalig Joegoslavië vertelde: “Herdenken biedt ruimte om even in contact te komen met mijn leed. Je voelt ook het leed van anderen en dan denk ik even: ik ben niet de enige.” De emoties die boven komen blijven voor haar niet zonder betekenis. Ze ziet de emoties op de gezichten van anderen, van ouderen die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt. De gedeelde emoties van verdriet en verlies verbinden haar met deze overlevenden. Deze verbondenheid wordt vaker genoemd. Herdenken brengt mensen – niet alleen fysiek, maar ook emotioneel – bij elkaar. En dat geldt niet alleen voor degenen die zelf oorlog hebben meegemaakt. Trots en inspiratie
Herdenken heeft niet alleen impact voor oorlogs­getroffenen. De meeste mensen die de Dodenherdenking in Nederland volgen hebben helemaal geen oorlogsherinneringen. Toch blijkt dat de Dodenherdenking vrijwel niemand onberoerd laat. Jong en oud, mensen met of zonder oorlogserva­ringen, met of zonder migratieachtergrond: allen reageren emotioneel op het zien van de Nationale Herdenking. Vrijwel iedereen ervaart verdriet, somberheid en enige angst of boosheid. Daar staat tegenover dat veel mensen naast het verdriet ook positieve emoties als trots en inspiratie ervaren. Al deze emoties bestaan tijdens een herdenking naast elkaar. Het geheim voor de positieve gevoelens: Erkenning en verbondenheid ervaren tijdens het herdenken, en betekenis kunnen geven aan de verschrikkingen van oorlog. Het neemt het verdriet niet weg maar plaatst naast het verdriet ook een positief gevoel. Wanneer mensen, met of zonder oorlogserva­ringen, door de herdenking in staat zijn om dat te ervaren heeft de herdenking waarde. Tot slot
Met ons onderzoek komen we iets dichter bij het antwoord op de vraag waar herdenken goed voor is. Het kan een bijdrage leveren in het omgaan met oorlogservaringen en een bron zijn van erkenning, verbinding en betekenisgeving. Hopelijk dragen de uitkomsten er uiteindelijk aan bij dat herdenken voor iedereen waardevol is. Bertine Mitima-Verloop Werkzaam bij: ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum en verbonden aan Universiteit Utrecht, afdeling Klinische Psychologie Favoriete drankje: Vers sap, het liefst van zo veel mogelijk verschillende soorten fruit LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/bertine-mitima-verloop-3a95b3a5/ Wil je meer weten? Vind meer over de uitkomsten van Bertine's onderzoek naar de impact van herdenken: https://www.4en5mei.nl/onderzoek/onderzoeken/rituelenonderzoek-constant-en-in-beweging Vind meer over Bertine en haar werk: https://www.uu.nl/medewerkers/HBMitimaVerloop https://oorlog.arq.org/nl/over-ons/medewerkers/bertine-mitima Verwijzingen 1. Mitima-Verloop, H.B., Boelen, P.A. & Mooren, T.T.M. (2020). Commemoration of disruptive events: a scoping review about posttraumatic stress reactions and related factors. European Journal of Psychotraumatology. https://doi.org/10.1080/20008198.2019.1701226 2. Dit gedeelte is gebaseerd op een eerder verschenen essay: De tweede minuut stilte (2020). Geschreven door Ilse Raaijmakers en Bertine Mitima-Verloop. Het essay is te downloaden via https://oorlog.arq.org/nl/beleidsonderzoek/publicaties/arq-essay-de-tweede-minuut-stilte

Geslacht, gender en gezondheid: hebben we dan niks geleerd van vroeger? (NL)

Geslacht, gender en gezondheid: hebben we dan niks geleerd van vroeger? (NL)

Ik hou ervan als ik in het dagelijks leven voorbeelden tegenkom die van toepassing zijn op mijn werk. Afgelopen week, bijvoorbeeld, hing ik met mijn 84-jarige oma aan de telefoon. Ze kon me niet zo goed verstaan. Toen ik haar uitlegde dat dat niet aan haar nieuwe gehoorapparaten lag, maar aan het feit dat mijn vriend aan het stofzuigen was, was ze verbaasd. Oma vond dat het mijn taak was om het huishouden te doen, ‘want, Aranka, jij bent toch de vrouw?’. Dit is een perfect voorbeeld van gender: de invulling van gedrag, identiteit en taken gebaseerd op de sociale normen en verwachtingen voor mannen en vrouwen. Hoe gender vormgegeven wordt, hangt af van tijd en plaats. M’n oma heeft het idee dat huishoudtaken door de vrouw moeten worden gedaan, gebaseerd op haar opvoeding in de jaren ’50. Ik heb daarentegen een heel ander idee over wie het huishouden doet (en nee, niet alleen omdat ik een hekel aan stofzuigen heb), maar mijn ideeën zijn vormgegeven door de huidige maatschappij. Dit is nog een onschuldig voorbeeld, maar de rol van gender in gezondheid heeft serieuze gevolgen hebben. In mijn onderzoek bekijk ik hoe gender en geslacht van invloed zijn op gezondheid. Ik probeer te begrijpen hoe gender en geslacht samenhangen met lichamelijke klachten en bijvoorbeeld de duur van deze klachten [1,2]. Maar, wat is precies het verschil tussen gender en geslacht? Gender is iemands ‘sociaal geslacht’, geslacht is biologisch. Geslacht omvat biologische kenmerken behorend bij het man- of vrouw zijn, waaronder genetica, hormonen en anatomie. Hoewel gender en geslacht samenhangen, zijn deze concepten zeker niet gelijk aan elkaar. Gender en geslacht beïnvloeden gezondheid en ziekte op hun eigen manier, en waarschijnlijk op meer manieren dan je aanvankelijk denkt! Geslacht en gezondheid
Het is niet meer dan logisch dat geslacht een impact heeft op gezondheid: in een mannenlichaam ontwikkelt zich geen baarmoederhalskanker, en een prostaatonderzoek uitvoeren bij een vrouw is ook niet aan te raden. Dat is niet meer dan gezond boerenverstand. Hoewel ik niet weet of het een urban myth is, maar een anekdote die rondgaat onder wetenschappers die geslacht en gender onderzoeken, is dat in de jaren ’70 van de vorige eeuw een pilotstudie is gestart, waarin de effectiviteit van een potentieel geneesmiddel voor baarmoederhalskanker werd onderzocht in mannen(!). Een beetje boerenverstand over geslacht had in dit geval geen kwaad gekund. Mijn onderzoek richt zich op de mate waarin geslacht invloed heeft op gezondheid, en of die invloed losstaat van gender. En daar is nog weinig over bekend! Uiteraard is de bewustwording voor geslacht en gender binnen de medische wetenschap toegenomen sinds de jaren ’70. Desondanks valt er nog heel wat te winnen op dit gebied. Een mooi initiatief is bijvoorbeeld Go Red For Women, waarbij mensen één dag zoveel mogelijk in het rood gekleed gaan om man/vrouw-verschillen in hart- en vaatziekten te benadrukken. En veel mensen weten inmiddels dat een vrouwenhart niet gelijk is aan een mannenhart. Maar toch, Google voor de lol maar eens op afbeeldingen met als thema ‘hartaanval’*. Er verschijnen een paar infographics over man/vrouw-verschillen in hart- en vaatziekten, maar de meeste afbeeldingen zijn van oudere mannen die naar hun hart grijpen. Klaarblijkelijk zijn er geen afbeeldingen van vrouwen die een hartaanval hebben, alsof vrouwen geen hartaanval kunnen krijgen?! *Sabine Oertelt-Prigione heeft mij een tijdje terug dit voorbeeld laten zien, maar m’n Google search van Maart 2021 laat zien dat het nog steeds relevant is En geslacht omvat meer dan alleen mannen- en vrouwenlichamen. Intersekse variaties, bijvoorbeeld, zijn onbekend bij 2 op de 3 Nederlanders en Vlamingen, maar hebben invloed op gezondheid [3]! Intersekse houdt in dat sommige lichamen niet voldoen aan het binaire idee van óf man óf vrouw. Er zijn bijvoorbeeld mensen die ‘ovotestes’ hebben. Dit betekent dat er zowel weefsel van mannelijke geslachtsorganen (testikels) als van vrouwelijke geslachtsorganen (eierstokken) aanwezig is in het lichaam. Dit betekent ook dat deze mensen aandoeningen aan beide soorten weefsels kunnen ontwikkelen. Intersekse variaties en de implicaties hiervan voor gezondheid zijn onwijs interessant, maar er is zoveel over te vertellen dat ze een eigen blog verdienen! Desalniettemin is het goed om te beseffen dat er meer is dan sec mannen- en vrouwenlichamen: een lichaam is niet per sé óf mannelijk, óf vrouwelijk, maar kan ook een combinatie zijn. Gender en gezondheid
Hoe zit dat dan met gender en gezondheid? Gender beïnvloedt gezondheid op meerdere manieren. Zo heeft het effect op het ondernemen van risicovol gedrag. Als je een keer hard wil lachen, lees dan vooral dit artikel: “The Darwin Awards: sex differences in idiotic behavior” [4]. Met een knipoog wordt hierin uitgelegd dat mannelijk gender associeert met idioot gedrag (#SorryNotSorry, mannen…). Men zag de invloed van gender ook duidelijk terug in de Ebola epidemie in West-Afrika in 2014. Lokale tradities en gebruiken schrijven voor dat vrouwen de zieken en gestorvenen horen te verzorgen. Hierdoor waren het ook voornamelijk vrouwen die in aanraking kwamen met besmettelijke lichamen, en dus met het Ebola virus [5]. Terug in de tijd…
Ons huidige denken over de gezondheidszorg in relatie tot geslacht en gender is gevormd door de tijd heen. We kunnen niet ontkennen dat gedurende lange tijd vrouwenlichamen inferieur werden geacht ten opzichte van mannenlichamen. Vroeger werden vrouwen en hun lichamen gezien als ‘broedmachines’, met als enig doel het baren van kinderen [6]. Het idee dat mannen en vrouwen slechts verschilden in hun geslachtsorganen zorgde er ook voor dat alleen vrouwelijke geslachtsorganen bestudeerd hoefde te worden. Immers, al het andere kon bestudeerd worden in mannenlichamen, de ‘standaardlichamen’, toch? De focus op vrouwelijke geslachtsorganen was reeds aanwezig tijdens de Griekse Oudheid. Griekse filosofen en artsen zoals Plato en Hippocrates stelden dat de baarmoeder verantwoordelijk was voor lichamelijke en psychische klachten in vrouwen. Want, je wist het waarschijnlijk nog niet, maar de baarmoeder kon namelijk aan de wandel gaan (“a wandering womb”). Ja, je leest het goed: de baarmoeder kan zwerven in een lichaam. En wij maar denken dat de baarmoeder in de buikholte gefixeerd zit… Nee, beste lezer, omhoog, omlaag, links, rechts: de richting waarin de baarmoeder zich bewoog was gelinkt aan de klachten die een vrouw ervaarde. Wanneer de baarmoeder zich bijvoorbeeld omhoog bewoog zorgde dit voor hoofdpijn. In alle eerlijkheid, als mijn baarmoeder zich ergens in m’n borstkas zou bevinden, zou ik denk ik wel iets anders dan alleen hoofdpijn hebben, maar dat terzijde. Ook gedurende de Middeleeuwen bestond het idee van de wandelende baarmoeder nog: de baarmoeder wandelde rond door het lichaam om een kind te zoeken. Tijdens de 17e en 18e eeuw was het idee van de vrouw als ‘broedmachine’ nog steeds aanwezig. Vroege anatomische schetsen uit die tijd laten zien dat vrouwelijke skeletten expres werden afgebeeld met wijdere bekken (ofwel, genoeg ruimte om een kind te laten passeren) en met kleinere schedels dan mannelijke skeletten (ofwel, vrouwen waren lang niet zo slim als mannen). En nog steeds werd de baarmoeder gezien als de oorzaak voor álle klachten die een vrouw ervaarde. Een goed voorbeeld is de paraplu-diagnose ‘hysterie’. Symptomen van hysterie waren kortademigheid, duizeligheid, prikkelbaarheid, verminderd libido, maar gek genoeg ook een verhoogd libido, en enige vorm van rebellie (lees: feminisme) – kortom, hysterie was een diagnose gegeven aan ‘moeilijke vrouwen’. Feitelijk was hysterie iets voor vrouwen die een mening hadden die niet strookte met de toenmalige tijdsgeest. Behandelingen voor hysterie focusten zich ook op de baarmoeder, variërend van het masseren van de baarmoeder, tot het (gedwongen) verwijderen ervan. Pas in 1980 is hysterie als diagnose uit de psychiatrische handboeken verwijderd. Al met al, gebaseerd op geslacht (de baarmoeder), en gender (ongewenst feministisch gedachtegoed erop na houden) werden vrouwen vroeger gediagnosticeerd met hysterie. Hoe nu verder?
Om terug te komen op de vraag in de titel: hebben we dan niks geleerd van vroeger wanneer het gaat om gender en geslacht? Ik denk het wel. Langzaam maar zeker krijgen geslacht en gender voet aan de grond in onderzoeksland. Mijn promotieonderzoek is daar slechts één voorbeeld van. Wij hebben bijvoorbeeld een methode ontwikkeld om gender te kwantificeren in cohort studies, zodat onderzoekers reeds verzamelde data in verband met gender kunnen brengen. We bedenken ook hoe we netjes en informatief naar iemands geslacht, inclusief intersekse variaties, en genderidentiteit kunnen vragen, zodat dit in toekomstige studies meegenomen kan worden. En, het mooie is, dat er nog veel meer onderzoek naar geslacht, gender en gezondheid gaande is. We staan pas aan het begin! Dus… To be continued! Aranka Viviënne Ballering Universiteit: Rijksuniversiteit Groningen/Universitair Medisch Centrum Groningen Onderzoeksprogramma: Interdisciplinary Center for Psychopathology and Emotion regulation (ICPE). Favoriete drankje: Normaal thee, maar op een hete zomerdag zeg ik geen nee tegen een Piña Colada 😊 Vind Aranka op Social media: Twitter: @ArankaVivienne @SymptomenGender LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/aranka-ballering/ Wil je meer weten? Ga naar https://www.rug.nl/staff/a.v.ballering/research voor Aranka's persoonlijke onderzoeksprofiel en onderzoeksartikelen. Voor meer informatie over het multidisciplinaire onderzoek naar gender- en geslachtsverschillen is het zeker de moeite waard om de volgende website te bezoeken: https://symptomengender.ruhosting.nl/. Referenties [1] Ballering, AV., Bonvanie, IJ., Olde Hartman, TC., Monden, R., Rosmalen, JGM. (2020). Gender and sex independently associate with common somatic symptoms and lifetime prevalence of chronic disease. Social Science & Medicine, 253, 112968. [2] Ballering, AV., Wardenaar, KJ., Olde Hartman, TC., Rosmalen, JGM. (2020). Female sex and femininity independently associate with common somatic symptom trajectories.Psychological Medicine, 1-11. doi:10.1017/S0033291720004043 [3] Rutgers. (2021) Slechts 1 op 3 van de Nederlanders en Vlamingen weet wat intersekse is. Retrieved from: https://www.rutgers.nl/nieuws-opinie/nieuwsarchief/slechts-1-op-3-van-de-nederlanders-en-vlamingen-weet-wat-intersekse [4] Lendrem, BAD., Lendrem, DW., Gray, A., Isaacs, JD. (2014). The Darwin Awards: sex differences in idiotic behaviour. BMJ Lendrem, B. A. D., Lendrem, D. W., Gray, A., & Isaacs, J. D. (2014). The Darwin Awards: sex differences in idiotic behaviour. BMJ, 349, doi: https://doi.org/10.1136/bmj.g7094. [5] Ballering, AV. (2020). Corona: verschillende gevolgen voor mannen en vrouwen? Retrieved from: https://symptomengender.ruhosting.nl/blogg-22-bezonnen-lezingen-over-gender-gezondheid/#more-995 [6] Jackson, G. (2019). The female problem: how male bias in medical trials ruined women’s health. Retrieved from: https://www.theguardian.com/lifeandstyle/2019/nov/13/the-female-problem-male-bias-in-medical-trials

Sex, gender and health: is history repeating itself? (EN)

Sex, gender and health: is history repeating itself? (EN)

I like it when my personal life provides me with perfect examples to use in my working life. Last week, I had a discussion with my 84-year-old grandma on the phone. She couldn’t hear me very well, as my boyfriend was vacuuming. After I explained where the noise came from, she was surprised. She figured it was my job, as a woman, to do household chores. This is a perfect example of gender: the socially prescribed and experienced behaviors, roles and identities of people, based on them being male or female. Gender is shaped over time and place, thus it is only natural my view in this differs from my grandma’s view. Although this is an innocent example, the influence of gender on one’s health is much more serious! In my PhD research I explore how gender and sex may influence our health: I seek to understand to what extent sex and gender associate with, for example, the severity andlongevity of common somatic symptoms [1,2]. But how does gender exactly differ from sex? Well, you could think of gender as the psychosocial equivalent of biological sex. Sex refers to biological characteristics, including but not limited to genes, hormones and anatomy of male and female bodies. Gender is a socially constructed concept, sex is a biological concept. Gender and sex are definitely not the same, but both affect people’s health, in more ways than you initially may think. Sex and disease
Why do we even look into sex and gender and their relation with health? We are all well aware of the impact sex has on health. Sure, males won’t develop ovarian or cervical cancer and females don’t need a prostate exam. That’s just common sense, right? Although I’m not sure it’s an urban myth, but among sex and gender researcher the anecdote of a 1970s pilot study investigating a potential treatment for cervical cancer in a completely male (!) study sample is often told. I like to think these investigators had common sense too. I hear you thinking: ‘In the meantime, 50 years has passed. It must have changed by now right?’. Off course progress had been made. For example, Go Red For Women is an initiative that raises awareness for heart conditions in females by asking people to wear red one day a year. Many people are nowadays aware that female heart symptoms differ from male heart symptoms. Nevertheless, if you Google ‘heart attack’ images, some infographics about sex differences in heart attacks pop up, but most pictures are males clamping their chest. Apparently there’re no stock photos of women suffering from a heart attack, as if women are not affected by heart attacks?* *Sabine Oertelt-Prigione showed me this example some time ago, but my Google search of March 2021 shows that it’s still true! Additionally, there’s more to sex than just male or female bodies. For example, intersex variations are unknown to two-thirds of the Dutch and Flemmish people [3]. Intersex variations comprise bodies that deviate from the binary male and female idea. For instance, some people may have what we call ovotestes. This means that both ovarian and testicular tissue is present in one individual. Consequently, people with ovotestes may develop malignancies in both these types of tissues. Although intersex variations and their implications for health are wildly interesting, there’s so much to discuss that these deserve a blog on their own. Nevertheless, it is good to realize that there’s more to sex than just male and female bodies and that this affects health. Gender and disease
What about gender? Gender influences health in many ways: it is thought that gender influences risk-taking behavior. If you want to have a good laugh, please read the BMJ Christmas article on gender and risk-taking behavior “The Darwin Awards: sex differences in idiotic behavior”, #SorryNotSorry guys [4]. Gender also associates with the prevalence of disease: thinking back of the 2014 Ebola epidemic in Western Africa, it were predominantly women who taking care of the ill and the deceased, who remained contagious after death. This exposed more women to the virus than men [5]. Back in the days…
History has undoubtedly shaped our current healthcare philosophy with regards to sex and gender. We can’t deny that historically female bodies were considered inferior to male bodies. Through history, female bodies were often seen as nothing more than reproductive machinery [6]. The idea that women and men merely differed in their reproductive organs made studying anything other than female reproductive organs in women unnecessary. After all, everything else could be studied in men, right? This strong focus on female reproductive organs was already present during the Greek era. Greek physicians and philosophers such as Hippocrates and Plato figured that it was the uterus, which has no male equivalent, that was the ‘fault’ for conditions that affected women. You see, sometime the uterus could wander (silly reader, all this time you were thinking a uterus was fixed in the female’s lower abdomen, right?) But no, dear reader… Up, down, left and right: the direction in which the uterus wandered, was linked to specific diseases according to the Greeks. Up, for example, caused headaches. In all honesty, if my uterus just wandered into my torso somewhere near my heart, I think I would have more to worry about than just headaches... In the Middle Ages the idea of the wandering uterus was still prevalent: the uterus wandered through the body in search of a child. Among medical scientists during the 17th and 18th century the common idea was that female bodies’ function was childbearing. Early anatomical sketches of skeletons intentionally depicted females’ hips wider (i.e. suitable for childbearing) and their craniums smaller (i.e. not as smart as men). Up until the 19th century, the uterus was to blame for female-specific complaints, and even for complaints that weren’t linked to the female bodies. Basically, the uterus was to blame for anything and everything a woman experienced. A great example of that time is the catch-all diagnosis of hysteria in women. Symptoms of hysteria were shortness of breath, fainting, irritability, a decreased libido, but funnily enough also an increased libido and any kind of rebellion (but truly feminism) – in short, hysteria was associated with ‘difficult women’. I think, in this day and age we can state that women with an opinion were diagnosed with hysteria. Treatments for hysteria focused on the womb: from massaging it, to hysterectomies. Hysteria was only removed from the DSM, the diagnostic manual of mental disorders, in 1980. Thus, based on their sex (female reproductive organs) and gender (taking a feminist rebellious approach to gender roles) women were diagnosed with hysteria in the past. So… Now what?
Circling back to the question asked at the beginning: is history repeating itself when it comes to sex, gender and health? I’d like to say that the tide is changing. My PhD research is just one example of increased awareness about sex and gender in medicine and research: we developed a novel method to assess gender roles in cohort studies, facilitating gender-related research in studies that did not originally include a gender measure in their studies. We are also thinking about how to include items in questionnaires that are informative and sensitive when asking for participants’ sex (including intersex variations). And we’re just starting: much more research exploring sex, gender and health is done around the globe. Thus… To be continued! Aranka Viviënne Ballering University: University of Groningen/University Medical Center Groningen Research programme: Interdisciplinary Center for Psychopathology and Emotion regulation (ICPE). Favorite drink: Usually tea, but I won’t turn down a Piña Colada on a hot summer day 😊 Find Aranka on Social media: Twitter: @ArankaVivienne @SymptomenGender LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/aranka-ballering/ Do you want to know more? Check out https://www.rug.nl/staff/a.v.ballering/research for Aranka's personal profile and research articles. You can also find more information on the multidisciplinary research on sex- and genderdifferences on the following website: https://symptomengender.ruhosting.nl/. References [1] Ballering, AV., Bonvanie, IJ., Olde Hartman, TC., Monden, R., Rosmalen, JGM. (2020). Gender and sex independently associate with common somatic symptoms and lifetime prevalence of chronic disease. Social Science & Medicine, 253, 112968. [2] Ballering, AV., Wardenaar, KJ., Olde Hartman, TC., Rosmalen, JGM. (2020). Female sex and femininity independently associate with common somatic symptom trajectories.Psychological Medicine, 1-11. doi:10.1017/S0033291720004043 [3] Rutgers. (2021) Slechts 1 op 3 van de Nederlanders en Vlamingen weet wat intersekse is. Retrieved from: https://www.rutgers.nl/nieuws-opinie/nieuwsarchief/slechts-1-op-3-van-de-nederlanders-en-vlamingen-weet-wat-intersekse [4] Lendrem, BAD., Lendrem, DW., Gray, A., Isaacs, JD. (2014). The Darwin Awards: sex differences in idiotic behaviour. BMJ Lendrem, B. A. D., Lendrem, D. W., Gray, A., & Isaacs, J. D. (2014). The Darwin Awards: sex differences in idiotic behaviour. BMJ, 349, doi: https://doi.org/10.1136/bmj.g7094. [5] Ballering, AV. (2020). Corona: verschillende gevolgen voor mannen en vrouwen? Retrieved from: https://symptomengender.ruhosting.nl/blogg-22-bezonnen-lezingen-over-gender-gezondheid/#more-995 [6] Jackson, G. (2019). The female problem: how male bias in medical trials ruined women’s health. Retrieved from: https://www.theguardian.com/lifeandstyle/2019/nov/13/the-female-problem-male-bias-in-medical-trials

Brain Awareness Week: How to take good care of your brain

Brain Awareness Week: How to take good care of your brain

You’re probably quite aware that you have a brain. But are you really? A lot of the amazing work this energy-consuming organ is doing is often taken for granted. Everything from walking and talking to planning tasks and solving complex puzzles is orchestrated by the brain. So we’d better take good care of it. In the context of Brain Awareness Week, I will share with you some tips for cherishing this valuable pudding in your skull. Protect your brain The brain looks like a watery, jelly-like pudding. Without the protection from the skull, it would easily be damaged. But even with the skull, a hard blow to the head can have serious consequences. The problem with brain damage is that it is very difficult to repair. The recovery time from a concussion can take up to three months, while for more severe injuries to the head this can take much longer and some damage can even be permanent. Moderate and severe brain injury has even been linked to a higher risk of developing Alzheimer’s disease or other forms of dementia. In addition, frequent mild injuries from contact sports, such as boxing, soccer or American football have been linked to the above diseases [1]. It is therefore very important to protect your brain with a helmet when you’re doing sports at high speeds or playing contact sports. Use your brain Even though the brain does not make a lot of new cells, what its master at is generating new connections between brain cells. This is what makes our brains so good at learning new things, especially at a young age. When connections are used often they grow stronger, and when you learn or experience something new, new connections are made. Having a lot of connections builds a kind of ‘cognitive reserve’. It is therefore recommended to keep challenging your brain, no matter how young or old you are. The best way to challenge your brain is by doing things that are not automatic or standard. Walking a different route to work for instance can already help to form new connections between brain cells. Other brain training activities are learning a new language, playing an instrument, solving puzzles, playing games, or even reading a nice book [2]. Exercise your brain (and body) When we exercise, we often do this in order to stay fit and have a healthy body. But regular exercise is also very good for our brain and mental health. Research has shown that physical exercise can reduce symptoms of depression or ADHD, reduce the risk of dementia and Alzheimer’s disease, and improve sleep and cognitive functions such as memory [3]. However, it is difficult to exactly pin-point what type of exercise, for how long, and in what conditions exercise is most effective. There have been research studies that found no positive (or negative) effects of physical exercise. Still, it is generally recommended to for instance take a walk each day. To encourage people, the Dutch Hersenstichting recently released an app called Ommetje. With each walk you earn points, and you can read about interesting brain facts from Neuropsychologist professor Erik Scherder. Feed your brain Next to exercise, a healthy diet is also key to a healthy brain. Not only does your brain consume 20% of your body’s total energy, it also needs a lot of different nutrients to work properly. For instance, the brain’s signalling molecules (called neurotransmitters) are made from amino acids that are obtained from food. Dopamine for example is made from the amino acid phenylalanine, which is present in most protein-containing foods. The bacteria that live in your gut play an important role in this, as they are needed to digest the food you eat. For instance, certain bacteria are needed to digest complex fibres, which they convert into short-chain fatty acids, essential substances for your body and brain. A healthy diet consists of fruits, vegetables, legumes (e.g., lentils and beans), nuts and whole grains [4]. Saturated fats and trans-fats (i.e., from animal products and processed foods) and sugars should be limited. The Mediterranean diet is considered as a good example of a healthy diet. Of course, smoking, alcohol and drugs are not beneficial for brain health (although a very moderate consumption of alcohol is part of the Mediterranean diet). Rest your brain After all those puzzles, exercise and eating, it’s time to give your brain some rest. Sleep is important for your brain to process everything that has happened during the day. It is thought that the new connections, that I mentioned above, are mainly formed while you’re sleeping. If you don’t sleep (enough), your brain can’t properly process what you learned, and is less able to receive new input [5]. That’s why pulling an all-nighter while studying for a test is a bad idea. You can better get a good night’s sleep and let your brain do the work for you. This will not only boost your cognitive performance the next day, but you’re also more likely to remember what you learned for a longer period of time. Poor sleep has also been linked to poor mental health such as depression and ADHD. This blog was written by Jeanette Mostert. Jeanette obtained her PhD at the Radboud University Nijmegen on the topic of brain connectivity and cognitive differences in adults with ADHD. She now works as dissemination manager for several EU-funded research projects, where she works closely together with patient representatives and researchers, trying to reduce the gap between them. One example of her efforts is the website www.newbrainnutrition.com that shares information about lifestyle and mental health. She is also the communications officer for Pint of Science Netherlands. Further reading / sources 1. Traumatic brain injury & Alzheimer’s disease: https://www.alz.org/alzheimers-dementia/what-is-dementia/related_conditions/traumatic-brain-injury (accessed 12 March 2021) 2. Training for brain health (in Dutch): https://www.hersenstichting.nl/dit-doen-wij/voorlichting/gezonde-hersenen/training/ (accessed 12 March 2021) 3. Biddle et al. (2016) Physical activity and mental health: evidence is growing. World Psychiatry 15(2): 176–177: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4911759/ 4. WHO healthy diet: https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/healthy-diet (accessed 12 March 2021) 5. Sleep and brain health: https://www.hopkinsmedicine.org/health/wellness-and-prevention/the-science-of-sleep-understanding-what-happens-when-you-sleep (accessed 12 March 2021)

Serious games and #womenintech (EN)

Serious games and #womenintech (EN)

While during my studies there were many female fellow students, women are in general still a minority in the tech industry and research. This has many different causes, often including stereotypical thoughts. By telling young girls (and boys!) about my work, I hope to give a broader view on AI. It’s more than making Google smarter, it can also be used for many societal problems. Therefore, it is so important that teams in tech are diverse, because this gives more perspectives on a problem and more groups of users will be taken into account when designing something. There are also many jobs in tech available, a lot of them with a good salary. Girls should not miss out on this opportunity! In my Twitterbio, I describe myself as #womanintech because I think it is important to show that there are women in tech. And to all women/girls that read this blog and doubt whether AI is something for them, I would like to say: reach out to me on Twitter! I am happy to talk about the choice for and the opportunities of AI. During my studies Artificial Intelligence (formerly called Lifestyle Informatics) at the Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam, we focused on the combination of the human and the technology: how can we use Artificial Intelligence (AI) to make people’s life smarter, healthier, or more fun? I found this a nice and interesting combination. We learned how we can think using different perspectives: what do you want to make (the content) and if it is possible, how can you make it (technically). One example from my studies is a project in which we had to make a training program that adapts to an athlete. To do so, we had to research how efficient training works, and we had to know how to build an app and which sensors to use to measure heart rate for example. I am specifically interested in this combination of content and technology. I also really like to do research: you take another step after developing, by looking at the opinions of users about your applications and to see what effect your application has. After my studies I was able to stay at the VU to work there, and right now I am almost in my final year of my PhD trajectory. During my masters I became interested in serious games and gamification. Serious games are (video)games in which entertainment is not the sole purpose of the game. In a serious game you try to teach the player something that can be used outside the game. Examples of such games are games for soldiers to learn how to perform certain actions, or for children to learn mathematics. Gamification means that you enrich a task with game elements, often with the goal to motivate users to work on the task. Loyalty programs of stores are maybe the oldest and most known examples of this: earning points for discounts that motivate you to buy more. Nowadays, gamification is used in many apps, for example in the form of points, achievements, competitions or levels, to engage users more in using the app. Examples are Duolingo, Fitbit, Nike+ or Headspace. My PhD focusses on using such techniques as a form of empowerment for vulnerable target groups. Serious games and gamification are often designed for a large group, for example for children to learn mathematics or athletes to register their activities. I however want to look at how these techniques can be used for much more specialized groups, and how it can help them. The first project I worked on was a serious game for older adults to learn how to be verbally resistant in the case of a doorstep scam. By playing different interactive scenarios, players learn what they can say when someone approaches them with a possible doorstep scam. Moreover, participants could read their choice out loud; a voice analysis could then determine the assertiveness in the voice of the player. With this, participants do not only learn what to say, but also how to say it. We specifically targeted older adults in our research, as they are more likely to become a victim of a doorstep scam. During so called focus groups we talked with small groups of older adults to listen to their wishes for the game, and to learn about their experiences with doorstep scams. With such conversations we ensure that our serious game suits the target group as well as possible. At this moment I am working on a project with a totally different target group, namely young adults. I am interested in the double role that social media has gotten in the lives of people, especially for this target group. On the one hand it is very popular, but on the other hand it makes young adults insecure. Although there are certainly movements in the other direction, we still see that many users mainly post (manipulated) perfect pictures. This can make you question yourself, for example about your appearance or the way you are living your life. Self-compassion is about being nicer to yourself, you basically learn how to treat yourself the same way as you would treat your best friend. This can help you to look at social media in a different way, but it can also be helpful in other situations. I want to work on a training with gamification that participants can use independently, so that they do not have to go to a group therapy session but instead use short exercises to work on their self-compassion on their own. The project is currently in its first test phase. During this phase a small group of participants uses the training and we will study their experiences and data to improve the website of the training further. For example, I want to study how I can adapt the exercises to the user, but to do this I first need to learn more about the way that participants interact with the training. After this phase, we will test the training with a larger group and we will also have a focus on the effectiveness. Would you like to participate in this research? More information can be found at www.zelfcompassie.labs.vu.nl; you can sign up there for the new training that will start in May 2021! Laura van Der Lubbe University: Vrije Universiteit Amsterdam Faculty: Computer Science - Social AI group Favourite beer: Liefmans Fruitesse/Kriek Want to know more? Find Laura's research profile and publications here.

Serious games en #womenintech (NL)

Serious games en #womenintech (NL)

Hoewel veel studenten van mijn opleiding ook vrouwen waren, zijn vrouwen in het algemeen nog vaak in de minderheid in de tech industrie en onderzoek. Dit heeft verschillende oorzaken, waarbij vaak vooroordelen een rol spelen. Door jonge meiden (en jongens!) te vertellen over mijn werk probeer ik een breder beeld te schetsen van AI. Het is meer dan alleen het slimmer maken van Google, maar het kan ook voor allerlei maatschappelijke problemen gebruikt worden. En juist daarom is het belangrijk dat tech teams bestaan uit een diverse groep mensen, want zo krijg je meer perspectieven op een probleem en kun je beter rekening houden met verschillende soorten gebruikers. Daarnaast zijn er op dit moment heel veel banen te vinden in de tech, vaak met een goed salaris. Een kans die vrouwen zeker niet aan zich voorbij moeten laten gaan! Ik noem me in mijn Twitterbio #womanintech, omdat ik het belangrijk vind om te laten zien dat er zeker ook vrouwen actief zijn in de tech. En ik zou ook willen zeggen tegen alle vrouwen/meisjes die deze blog lezen en twijfelen over of AI iets voor hun is: benader me op Twitter! Ik vertel je graag meer over mijn (studie)keuze en de mogelijkheden die AI biedt. Tijdens mijn studie Artificial Intelligence (toen: Lifestyle Informatics) aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam lag de focus op de combinatie mens en techniek: hoe kunnen we Artificial Intelligence (AI) gebruiken om het leven van mensen slimmer, gezonder, makkelijker, of leuker te maken? Ik vond dat een leuke en interessante combinatie. We leerden nadenken vanuit verschillende perspectieven: vanuit de inhoud denk je na over wat je wilt maken, en vanuit de techniek denk je na over hoe (en of) dit mogelijk is. Zo maakten we bijvoorbeeld een sportprogramma dat zich aanpaste aan de sporter. Om dit te kunnen maken hadden we aan de ene kant kennis nodig over efficiënt sporten, en aan de andere kant over hoe we een app konden bouwen en wat voor sensoren we konden gebruiken om bijvoorbeeld hartslag te meten. Juist die combinatie van inhoud en techniek spreekt me aan. Ook onderzoek doen vind ik leuk: net dat stapje verder gaan dan alleen ontwikkelen, door ook te kijken wat gebruikers vinden van je applicatie en wat je applicatie bereikt. Na mijn studie kon ik bij de VU blijven werken; inmiddels zit ik in het laatste jaar van mijn PhD-traject. Tijdens mijn master raakte ik steeds meer geïnteresseerd in serious games en gamification. Serious games zijn (video)spellen waarin entertainment niet het enige doel is. In een serious game probeer je de speler iets te leren wat buiten het spel gebruikt kan worden. Dit zijn bijvoorbeeld spellen waarin militairen acties kunnen oefenen, of spellen waarin je leert rekenen. Gamification wil zeggen dat je een bepaalde taak verrijkt met spelelementen, vaak met als doel om gebruikers meer te motiveren de taak uit te voeren. Klantenkaarten van winkels zijn misschien wel het oudste en meest bekende voorbeeld hiervan: punten voor korting die je motiveren om meer te kopen. Maar tegenwoordig gebruiken veel apps bijvoorbeeld punten, prestaties, competities of levels om gebruikers hun app vaker te laten gebruiken: denk aan Duolingo, Fitbit, Nike+, of Headspace. In mijn PhD richt ik me op het inzetten van dit soort technieken als empowerment voor kwetsbare groepen. Vaak worden serious games/gamification voor een brede groep ontworpen, bijvoorbeeld kinderen die moeten leren rekenen of sporters die hun activiteiten willen bijhouden. Maar ik wil juist kijken wat dit soort technieken voor specifiekere groepen kan doen. Tijdens mijn eerste project werkte ik aan een serious game voor ouderen om te leren hoe ze zich verbaal weerbaarder konden maken tegen een babbeltruc. Door middel van verschillende interactieve scenario’s leren spelers wat ze moeten zeggen wanneer iemand ze benadert met een mogelijke babbeltruc. Ook konden gebruikers een gekozen optie inspreken: een stemanalyse bepaalde vervolgens hoe assertief de stem van de speler was. Zo leren spelers niet alleen wat ze moeten zeggen, maar ook meer over hoe ze dit moeten zeggen. Omdat ouderen relatief vaak doelwit zijn van een babbeltruc, richtten we ons in dit onderzoek ook speciaal op die doelgroep. We gingen in zogeheten focusgroepen in gesprek met kleine groepen ouderen om te horen wat hun wensen waren voor de game en wat hun ervaringen met babbeltrucs waren. Zo zorgen we ervoor dat de serious game zo goed mogelijk aansluit op de gebruikers. Op dit moment doe ik onderzoek naar een hele andere doelgroep, namelijk jongvolwassenen. Ik vind het interessant wat de dubbele rol van social media is geworden, voornamelijk bij deze doelgroep. Aan de ene kant is het heel erg populair, maar aan de andere kant maakt het ook veel jongeren onzeker. Hoewel er zeker tegenbewegingen gaande zijn, zijn er nog steeds veel gebruikers die voornamelijk (bewerkte) ‘perfecte plaatjes’ posten. Hierdoor kun je over jezelf gaan twijfelen, bijvoorbeeld over je uiterlijk of over de manier waarop jij je leven leeft. Vanuit dit probleem kwam ik terecht bij zelfcompassie. Zelfcompassie gaat erom dat je leert hoe je vriendelijker tegen jezelf kunt zijn. Je moet als het ware leren hoe je jezelf kunt behandelen zoals je ook je beste vriend zou behandelen. Dit kan je helpen om op een andere manier naar social media te kijken, maar ook in andere situaties komt dit goed van pas. Ik wil gaan kijken hoe ik met behulp van gamification een training kan maken die deelnemers zelfstandig kunnen gebruiken, zodat ze niet naar een groepstraining toe hoeven maar gewoon in hun eigen tijd met korte oefeningen aan zelfcompassie kunnen werken. Op dit moment is het project in de eerste testfase. Hierbij werkt een kleine groep deelnemers met de training en kijken we naar hun ervaringen en data om de trainingswebsite verder te verbeteren. Ik wil bijvoorbeeld nog meer gaan kijken naar het afstemmen van de oefeningen op de gebruiker, maar hiervoor is het nodig om eerst meer inzicht te krijgen in de deelnemers en hun gebruik van de website. Daarna zal de training met een grotere groep worden getest, en gaan we kijken naar de werkzaamheid ervan. Lijkt het je leuk om mee te doen aan dit onderzoek? Meer informatie kun je vinden op www.zelfcompassie.labs.vu.nl; je kunt daar alvast opgeven voor de volgende training die start in mei 2021! Laura van Der Lubbe Universiteit: Vrije Universiteit Amsterdam Faculteit: Computer Science - Social AI group Favoriete bier: Liefmans Fruitesse/Kriek Wil je meer weten? Je vindt Laura's meest recente onderzoeksartikelen hier.

Celebrating Dr. Aletta Jacobs

Celebrating Dr. Aletta Jacobs

On the 11th of February, we celebrate the International Day of Women and Girls in Science and who better to write about than Dr. Aletta Jacobs, the first woman who became a doctor in the Netherlands. Aletta Jacobs was born on the 9th of February, 1854 in the village of Sappemeer in the province of Groningen. In a time where girls were not allowed to continue towards higher education, Aletta pushed boundaries when she continued her education after primary school. When Aletta was in school, girls were not allowed to continue their studies after primary school. At first, she enrolled in a ladies’ school to learn how to behave properly in front of theirs husbands and perform household chores. Following her desire to follow in her father’s footsteps and become a doctor, she quit attending the ladies’ school and focused on the path to become a doctor. As this was unprecedented at the time, she was not allowed to attend secondary schools and had to fight to receive permission to attend the local Rijks Hoogere Burgerschool. Upon completing her studies, she wrote to the local minister to argue her case on why she should be allowed to study medicine. Her relentlessness persevered and she managed to enroll at the University of Groningen to study medicine at 1871. Within the turn of the decade, Aletta had passed her medical exams and obtained her doctorate in 1879. She was not the only peerless woman in her family as her sisters (Frederika and Charlotte) followed suit and became pioneers in their own respective fields of pharmacy and mathematics. While Aletta was not the first woman to enroll in a university in the Netherlands (the honour goes to Anna Maria van Schurman), she was the first to graduate from one. Her success was temporarily short-lived as no hospital wanted to employ a female doctor. Rather than giving up, Aletta travelled to England to continue her work before coming back to the Netherlands to set up her own practice in Amsterdam. During her time in Amsterdam, she dedicated her time to empower women to take care of their health by providing for example free consultations to the working class. Outside of her work in healthcare practice, she was a champion for women’s rights in the Netherlands, paving the way for women to vote in 1919. As we move forward, one must recognise the sacrifices that were made in the past to be able to reach this point in history. Everybody can learn from Aletta’s pioneering spirit to break down barriers and persevere through tough times.

Looking back #pint20 and moving forward #pint21

Looking back #pint20 and moving forward #pint21

Carl Shneider - Pint of Science Utrecht City Event Manager and Speaker The holiday season reminds us of family and brings to the forefront a sense of human community; of not-so-common commonness of Homo sapiens. With a reexamined appreciation and renewed care, let us find the time to be more in the moment and enjoy aspects of our common experience that might otherwise be simply overlooked, judged too quickly, seem too ordinary, routine or appear dreadfully unentertaining. Let’s remember there are moments especially allocated for silly walks, even if one happens not to be a pet owner. I have been very fortunate to be invited by Jorge, Victoria, and Tai to give a PoS talk in 2018 and to continue to be affiliated with this awesome voice for Science... Guilherme Domingues Kolinger - Pint of Science Groningen Team In the beginning of this year I discovered that Pint of Science not only held events in the Netherlands, but was looking for extra volunteers! I was so excited to help but everyone knows what happened then... And we powered through it! The adversity of having to organise online events gave us the opportunity to join forces from volunteers in all corners of the country… an incredible team that I have yet to meet in person. I am very excited to see what next year will bring to us, and with our team I am sure there will be great events, online or in person! Taichi Ochi - Pint of Science Netherlands Director As this year comes to a close, I can look back with pride with the work the volunteers have done. I had the tremendous privilege to work together with them to help set up our online content (blogs and videos). This year has been a struggle - and that is putting it nicely. Organising live events and online content require different skill sets but volunteers rose to the challenge. We were here to support each other throughout this year and the content produced highlights the efforts taken. Looking to next year, uncertainty remains but I have faith in the group of volunteers at Pint of Science Netherlands to help spread science communication. Helena Hartmann - Pint of Science Amsterdam and Vienna Team I am originally from Germany, but am currently doing my PhD at the Social, Cognitive and Affective Neuroscience Unit at the University of Vienna in Austria. I investigate the neural underpinnings of empathy for pain and try to understand how we share the suffering of other individuals around us. In Vienna, I joined the Pint of Science Team in 2019 and we organized great events all around our beautiful mind, until Corona sadly had us cancel those events. In 2021, I will be working in Amsterdam at the Netherlands Institute for Neuroscience to finish my PhD and hopefully support the existing Pint of Science Amsterdam members in communicating some amazing science! Linda Rieswijk - Pint of Science Maastricht City Coordinator This year was supposed to be my first year as a city coordinator of PoS Maastricht. Although we already set up some nice arrangements with the local pubs and we came together with our group of volunteers we had to cancel these plans due to the pandemic situation. Instead I had the privilege to work with the PoS Netherlands volunteers to organize this online @pintNLthuis seminar series. It was great to both interact with the volunteers from the different universities within the Netherlands as well as with the diverse range of academics and students of Maastricht University. Let’s hope next year we will be able to meet in person again for some fun science talks and have some beers together! Angela Sedeño Cacciatore - Pint of Science Amsterdam Team It is hard to feel close to someone through the lens of a Zoom call, even more so to feel excited about the science they are telling you about. But Pint of Science has risen to the challenge and kept that excitement going. That is why at the end of this year I decided to join and be a part of the team for whatever 2021 may bring. I hope to renew my connection to science, whether online or in person, and try to help others do the same. This is my new year’s resolution: to help the team in bringing that connection to others. Whether online or in person, I hope that we will be able to share our excitement for amazing science as well as some pints! Eline van Bloois - Pint of Science Amsterdam Team This year, in February, I joined Pint of Science excited to organise an event during the festival in May. As we all know, the coronavirus blew all plans out of the water. The lockdown made us think out of the box, which came with many new possibilities. After giving it some thought, we decided that we would try to renew the blog. We had a few researchers do a blog takeover, writing about their own research, and wrote some posts ourselves. I am grateful I got to play a role in this renewal and look forward to continuing this blog.

Check out our #pintNLthuis episodes

Check out our #pintNLthuis episodes

This year has been a rollercoaster ride of emotions. With life becoming a standstill at points - going out to a bar to see friends and hear a science talk seems an age away. However, science communication did not stop. Across the globe, fellow #pintworld volunteers organised online events and transitioned from 'live pub' events to a 'stay at home' events - all in the name of science communication. The #pintNL team took part, with its own iteration with #pintNLthuis. Getting the ball rolling was no small feat but our dedicated group of volunteers managed to persevere and organise 10 online events, which can be rewatched at any time! Our jovial hosts engaged in talks with guests ranging from the ongoing Operation Night Watch restoration project to a discussion on what it means to conduct science sustainably. In light of the COVID-19 pandemic, our hosts engaged with researchers who investigate how the body recognises a virus and the implications of Vaccine Hesitancy. You can catch all our #pintNLthuis episodes on our website (here) or on our YouTube channel (here). We are very grateful not only for the volunteers, who dedicated their time in this uncertain situation, but also to the guests of each episode, who dedicated their evenings to share their research to a broader audience. We'll wrap our year with some final remarks from our volunteers so be on the lookout to hear from the dedicated individuals. Without their tireless work, the transition from live events to online content would not have been successful. Happy holidays and see you at #pint21 (17 - 19 May 2021) Warmest regards, Pint of Science Netherlands team

How society shapes language: clashes between linguistic gender and biological sex

How society shapes language: clashes between linguistic gender and biological sex

Ever since I was a student, I followed with great interest the debates on the effect of language on the way we perceive the world around us. A few years ago, for instance, the Dutch railways (NS) decided to replace their traditional opening message Dames en heren ‘Ladies and gentlemen’ into Beste reizigers ‘Dear travellers’ in an effort to address not only women and men, but also persons who do not identify themselves as female or male. Among other things, this debate circles around the issue of linguistic gender. Many languages, such as Dutch, but also French or German, distinguish between masculine and feminine (and neuter) nouns. In French, for instance, the noun lune ‘moon’ is feminine, whereas the noun soleil ‘sun’ is masculine. But what determines the gender of a noun? For nouns such as ‘sun’ or ‘moon’, often there is no clear reason why one of them is masculine and the other one feminine – and interestingly, in German, it is the other way round: Sonne ‘sun’ is feminine, whereas Mond ‘moon’ is masculine. With nouns denoting human beings or animals, in contrast, there is often a correspondence between the noun’s linguistic gender and the biological sex of the person or animal depicted. For example, the noun for father in French, père, is masculine, while the noun mère ‘mother’ is feminine, thus showing a perfect match between linguistic gender and biological sex. However, assuming that linguistic gender corresponds to biological sex can raise several problems. Even for nouns denoting a person, there is not always a perfect match between the noun’s linguistic gender and the person’s biological sex. A famous example from Dutch is the noun meisje ‘girl’. While the person denoted by meisje is always female, a girl, the gender of the noun is neuter, instead of feminine. Another example, from French, is the feminine noun sentinelle, which denotes a guard and thus typically refers to a man. Nevertheless, this noun only has a feminine form. These cases, French sentinelle and Dutch meisje, show a mismatch between linguistic gender and biological sex. A similar mismatch between linguistic gender and biological sex existed also for many noun denoting professions. For a long period, many professions were only carried-out by men, so there was no need for feminine forms of the corresponding profession names. In the last decades, however, more and more women started to carry out such traditionally male-dominated professions, under the influence of feminisation movements. This caused the need for feminine profession names, a process that in some languages took more time than in others. While in German, the use of the feminine form Lehrerin ‘female teacher’ did not cause any problems, in French, the masculine form professeur ‘teacher’ remained in use for female teachers for a long period. Nowadays, however, more and more persons use feminine equivalents, such as professeure (originally introduced in Canadian French, from Québec). This is a good example of the influence of societal changes – in this case feminisation – on language. Interestingly, mismatches between linguistic gender and biological sex of a specific noun may also influence other parts of speech. Even though the Dutch noun meisje ‘girl’ is neuter, speakers of Dutch often encounter sentences such as: Dat meisje, zij leest een boek ‘That girl, she reads a book’. In this example, while the noun meisje is feminine, the pronoun zij ‘she’ that is used to refer back to this neuter noun is in the feminine and not in the neuter form (which would have been het ‘it’). As different studies have shown, native speakers of Dutch in fact prefer the use of feminine zij ‘she’ over neuter het ‘it’ to refer to the neuter noun meisje ‘girl’. Within my PhD-project, I investigate slightly different cases in French and German, which involve the same problem: a potential clash in linguistic gender between two elements. Suppose you want to talk about a group of students that you teach a French language class. Your group of students consists of women and men, which means that you would typically use a masculine plural noun, étudiants ‘students’, to denote this group in French. Now, suppose that you want to say that one of your students, the girl Marie, is the most smart student of your group. How do you say this in French? As Marie is female, to say ‘the most intelligent’ you would use the feminine form la plus intelligente. If we now combine this in one sentence to say ‘Marie is the most intelligent of my students’, this would translate into Marie est la plus intelligente des étudiants ‘Marie is the most intelligent (in the feminine form) of the students (masculine form)’. So far, so good. However, the sentence we just formulated contains a problem: there is a clash of linguistic genders between the masculine plural noun étudiants ‘students’ denoting the group and the feminine la plus intelligente ‘the most intelligent’, referring to one specific students selected from the group, Marie. While there are no clear rules in French that indicate if such a gender clash is allowed or not, native speakers of French do have intuitions about the correctness of such clashes. The central goal of my PhD-project is to look at these intuitions to determine which factors may contribute to the acceptability of such a linguistic gender clash, not only for French, but also for German. As the results of my study show, an important factor that influences the acceptability of a gender clash within a sentence is the particular noun that is used. While the example we constructed previously involved the noun étudiants ‘students’, a similar example with another noun, such as ministre ‘minister’, may be different for native speakers. Such noun differences may be caused by societal changes, such as the one I described earlier in relation to the feminine form professeure ‘female teacher’ in French. What can we learn from this? On the one hand, it teaches us how we can talk about a female person selected from a mixed group, as in the situation described earlier, for which no clear grammar rules exists. Interestingly, the results so far indicate that in most cases, speakers of French and German accept a gender clash, which means that they prefer to use a feminine form to denote a female. On the other hand, the results give us insight into the factors that may impact gender systems in language, which not only furthers our understanding of the language system in the human mind, but also tells us more about the influence of societal changes on language. Thom Westveer University: Universiteit van Amsterdam Faculty: Faculty of humanities Favourite drink: Red wine Want to know more? If you want to know more about Thom Westveers research, you can find his most recent publications here.

Science @ home

Science @ home

Looking for a fun activity to do? Why not perform a science experiment? Did you know that there are a lot of experiments that can be done with just a few household items? Over the past few months, most people have been at home a lot. For me, this means that I ran out of things to do. I really miss being in the laboratory and performing fun experiments. As I was remembering some of the fun experiments I have done, I figured that some of these experiments could also be performed with household items. After all, many of the activities we do at home have a lot to do with science. From baking bread to cleaning the bathroom sink, everything can be modified to become a science experiment using household items. Just think of when you were last bothered by chalk residues in the sink and went in, armed with cleaning supplies, to get rid of the chalk. When using vinegar or any other cleaning product containing acetic acid, a chemical reaction occurs. During this reaction, the acid reacts with the chalk (calcium carbonate) and forms calcium ions (Ca2+), water (H2O), and carbon dioxide (CO2). Here, the chalk dissolves in the vinegar and you end up with a shining, clean sink. You can also try this in a fun experiment, put an egg in vinegar and check what happens after it has been laying in vinegar 1 or 3 days. Another fun (and tasteful) experiment you can try out is to make your own sourdough starter. In doing so, you are growing your own microorganisms to make your own bread. The most important organisms you are growing are lactic acid bacteria and yeast (a fungus). Yeast causes the sourdough to rise through creating carbon dioxide (CO2) bubbles. The lactic acid bacteria provide the unique sour flavour of sourdough bread and preserve the bread through lowering the pH. How does this preserve the bread? Thanks to the lower pH, other microorganisms, including pathogens, will have a harder time to grow on your bread.[1] Interested in making your own sourdough starter? You can find an illustrated description here: https://www.internationalmicroorganismday.org/sourdough-bread There are also a lot of other fun science experiments that can be found online: Isolate your own DNA - https://www.wetenschapdeklasin.nl/activiteiten/dna Make your own carbonated drink - https://www.proefjes.nl/proefje/031 Make your own bath bomb - https://www.nemosciencemuseum.nl/nl/ontdek/doe-het-zelf/maak-een-bruisbal/ Make your drawing swim - https://umu.nl/proef/marker-magic/ Each of these websites also provides other experiments. If you are looking for something fun to do, I definitely recommend checking them out. Please let us know how your experiments turned out, or if you found other fun experiments to do at home via Twitter or Facebook! [1] https://asm-org.vu-nl.idm.oclc.org/Articles/2020/June/The-Sourdough-Microbiome

ADHD Awareness Month: Common questions, reliable answers

ADHD Awareness Month: Common questions, reliable answers

Most people know what ADHD is. And many people seem to have an opinion about ADHD. Whether it exists or not; what causes ADHD; how ADHD should be treated. But actually, most people don’t know a lot about ADHD. There are many myths, misconceptions and false beliefs out there. And that’s why every year in October it’s ADHD Awareness Month. With this year’s theme: Common Questions, Reliable Answers. In my work as research dissemination advisor, I collaborate with ADHD researchers and with ADHD patient organisations. I help to transfer the scientific evidence from the researchers to the patients, in order to get reliable answers to common questions. So what are these common questions that are often asked? I’ll share a couple with you. Does ADHD exist? Yes. ADHD stands for Attention Deficit Hyperactivity Disorder. It is a psychiatric condition that is defined in both the DSM and the ICD. These are manuals or classification systems that are used worldwide by psychiatrists and psychologists to determine whether someone’s symptoms and impairments fall under the definition of a certain disorder. For instance: to meet the DSM criteria for ADHD, a child must show at least 6 out of 9 symptoms of inattention, and/or 6 out of 9 symptoms of hyperactivity/impulsivity (for adults, this cut-off is at 5 symptoms). These symptoms must be present in two or more settings (i.e. both at home and in school) and must interfere with social, academic or occupational functioning. Does getting an ADHD diagnosis help? Yes, most of the time. Getting an ADHD diagnosis can be very helpful for a person, because it serves as recognition (“I’m not crazy, stupid or lazy, but I have a disorder that interferes with my daily functioning”) and it can help to receive adequate treatment, such as medication, psychotherapy and cognitive behavioural training. However, not everyone is happy to be ‘labelled’. Some don’t want to be treated differently, or as having a handicap. It greatly depends on the person, and also on the severity of their ADHD, whether the diagnosis can help them or not. Doesn’t everyone have a bit of ADHD? Yes and no. The downside of the psychiatric classification system is that it defines a clear-cut border between having ADHD and not having ADHD (which is very useful for, for instance to get a treatment insured, or approved by authorities). This classification does not do justice to the underlying biology. There is large variability between people in their ability to focus on a task, remember where they have left items, manage time, deal with emotions, and control impulses. People with ADHD are at the extreme end of this spectrum, showing behaviour (or symptoms) that seriously interferes with ‘normal’ everyday life. So perhaps you are not very good at concentrating or time management. But if this doesn’t result in serious impairments in your daily life, you probably don’t have ADHD. However, you do have some of the characteristics that are part of the disorder. Actually, more and more research is focussing on what we call ‘dimensional’ traits, such as the degree to which people are able to keep focussed on a boring task, instead of ‘categorical’ traits (i.e. good vs. bad at focussing). This is providing new insights into the biology of these traits. What causes ADHD? For a large part, genes, but that’s not the complete story. We know that ADHD is heritable; it runs in families. However, there’s not one gene that causes ADHD. Instead, many small variations in many different genes are thought to be involved in causing the disorder. If you have a lot of these genetic variants, then there’s a higher chance that you have ADHD. Next to genes, we know that environmental factors play a role as well. These are non-genetic factors that come from ‘outside’. For instance, smoking during pregnancy, or severe stress early in life, are linked to a higher chance of developing ADHD. Similar to the role of genetics, we still don’t know much about the role of these environmental factors in causing ADHD. But we do know that getting ADHD is a complex mix of inheriting certain genes from your parents, and early life environmental factors that no one really understands yet. Can brain scans be used to identify if someone has ADHD? No. We know that the many genetic and environmental factors influence brain development early in life (even before birth). However, these brain changes are not huge and they vary greatly between individuals with ADHD. For instance, research has identified that on average individuals with ADHD have a slightly smaller brain. But these differences are so small that you cannot just do a brain scan to identify whether someone has ADHD. For that, you need to go to a psychiatrist or psychologist. However, a lot of research is being done to better understand what happens in the brain of someone with ADHD. Want to know more? During the entire month of October experts will answer common questions about ADHD which will be posted on the website www.adhdwarenessmonth.org. To read more about research on ADHD, you can also follow this blog: http://mind-the-gap.live Dr. Jeanette Mostert is dissemination manager at the Radboudumc Nijmegen, The Netherlands. She obtained her PhD in 2016 on the topic of resting-state functional connectivity in adults with ADHD. She is also the communications officer of Pint of Science, The Netherlands.